Als plannen en starten moeilijk is¶
Voor wie — iedereen die wel wíl, maar niet begonnen raakt. Of begint, en halverwege alles kwijt is. Of pas om 22u30 merkt dat de dag om is. De kern — dat is geen luiheid en geen slecht karakter: starten, plannen en afmaken zijn vaardigheden, en net die kun je uitbesteden aan een coach tot ze vanzelf gaan.
De startknop¶
Het moeilijkste moment is de eerste minuut. Maak de eerste stap zo klein dat hij belachelijk voelt:
Ik moet [taak], maar ik raak niet gestart.
Geef me een eerste stap van maximaal 2 minuten. Niet meer.
Als ik zeg "gedaan", geef je me de volgende kleine stap.
Eén stap per keer, nooit het hele plan tegelijk.
Een dagplan dat je echt volgt¶
Dit moet af: [som je taken op, met deadlines].
Vandaag heb ik tijd van [uur] tot [uur].
Maak een plan in blokken van 20 minuten met telkens 5 minuten pauze.
- Zet het moeilijkste blok eerst.
- Schrijf per blok exact wat ik doe, in de je-vorm ("je maakt
oefening 1 tot 4"), zodat ik niet meer hoef na te denken.
- Maak er een afvinklijstje van.
Zet een kookwekker of de timer van je gsm per blok. Als de wekker loopt, hoef jij maar één ding te doen: dat ene blok.
Kwijt waar je zat?¶
Overkomt iedereen — vraag gewoon opnieuw richting:
Ik was bezig met [taak] en ben de draad kwijt.
Dit heb ik al gedaan: [zeg wat af is].
Wat is nu de ene volgende stap? Alleen die ene.
Afmaken — het vergeten stuk¶
Een taak die 95% af is, telt op school als niet af. Sluit elk werkblok zo af:
Mijn blok zit erop. Stel me deze 3 vragen, één per keer:
1. Wat is er nu echt AF (niet "bijna af")?
2. Wat is de eerste stap van volgende keer? Schrijf ze op één regel.
3. Wat lag me in de weg vandaag, en wat doe ik daar morgen aan?
Die tweede vraag is goud waard: de volgende keer begin je niet met nadenken, maar met die ene regel.