Ga naar inhoud

Eerlijk gebruik — jouw verantwoordelijkheid

Voor wie — elke leerling die AI gebruikt. Dus: elke leerling. De kern — de vraag is nooit "mag AI?" maar "wie heeft er geleerd?". Als het antwoord "de AI" is, heb jij een probleem — ook als niemand het merkt.


De grens in één zin

AI mag je helpen leren; ze mag niet in jouw plaats leren.

Zelfde gereedschap, twee werelden:

Eerlijk (jij leert) Niet eerlijk (de AI leert)
Je laat je overhoren Je laat de oefeningen invullen
Je maakt zelf een samenvatting en laat ze controleren Je leert een AI-samenvatting vanbuiten
De AI stelt kritische vragen bij jouw tekst De AI schrijft jouw tekst
Je vraagt hints bij een oefening Je plakt de oplossing over
Je oefent een spreekbeurt met vragen van de AI De AI schrijft de spreekbeurt en jij leest voor

De spiegeltest

Twijfel je of iets nog kan? Stel jezelf één vraag: "Kan ik dit morgen, zonder AI, uitleggen of opnieuw doen?" Ja — dan was het leren. Nee — dan was het laten doen.

Zeg wat je gebruikt hebt

Gebruikte je AI bij een taak? Zeg het gewoon, kort en concreet: "Ik heb mijn samenvatting laten controleren door AI" of "AI heeft me overhoord". Wie het verzwijgt, wist meestal zelf al dat het over de grens zat. En steeds meer scholen hebben afspraken over AI-gebruik — ken die van jouw school, ze gaan vóór alles wat hier staat.

Bescherm jezelf

Drie dingen die je nooit aan een AI geeft:

  1. Wie je bent — geen volledige naam, school, adres of foto's van jezelf.
  2. Medische en persoonlijke dingen — geen diagnoses, geen verslagen van school of dokter. Zeg wat je nodig hebt ("maak het korter", "lees voor"), niet wat je "hebt".
  3. Andermans gegevens — ook de naam van je leerkracht of klasgenoten hoort er niet in.

En als de AI fout zit?

Dat gebeurt — vaker dan je denkt, en altijd met veel zelfvertrouwen. Jij blijft eindverantwoordelijk voor wat je indient of zegt. Check tegen je cursus, en bij twijfel: vraag het je leerkracht. "De AI zei het" is geen excuus — net zoals "het stond op internet" dat nooit was.